Michiel Heijungs

 

 

Home

Retour Bangkok

Stukkies

Korte Verhalen

Recensies

Interviews

Contact

 

 

 

Stukkies

 

Geen column, geen vaste vorm of stijl, geen persoonlijke bekentenissen, ideologie of pretenties, maar gewoon schrijfsels over van alles en nog wat. Impressies, artikelen, commentaar, ongemakkelijke waarheden, provocaties, tirades, welgemeende adviezen en slap geouwehoer. Kortom: stukkies.

 

Gemengd bericht
april 2015

Het leukste deel van de krant is de pagina met gemengde berichten. Guy de Maupassant ontleende er, naar eigen zeggen, veel ideeën voor verhalen aan. Laatst ook weer een merkwaardig verhaal, spelend in Rome:

Een welgestelde zakenman kwam na een welbestede dag vroeg in de avond thuis. Al van buiten meende hij in zijn villa een verdachte beweging te zien. Eenmaal binnen betrapte hij in de huiskamer op heterdaad een inbreker die op het punt stond enig tafelzilver te ontvreemden.

De welgestelde zakenman toonde zich een assertieve burger. Hij hield de inbreker aan en bracht hem hoogstpersoonlijk naar politiebureau. Op dit punt blijft het bericht onduidelijkheid: hoe houd je een inbreker aan? Je kunt hem natuurlijk met een ijzeren staaf de gedegenereerde hersens inslaan, maar uit het vervolg van het verhaal valt af te leiden dat er waarschijnlijk geen geweld aan te pas kwam. Maar hoe dan wel? Is de welgestelde zakenman misschien een reus van een kerel en de inbreker een schriel kereltje? Was er sprake van de natuurlijke autoriteit van het alfa mannetje tegenover een lager geplaatste op de apenrots? Voelde de inbreker een diepe morele schuld over zijn onbetamelijke gedrag en was hij opgelucht eindelijk aangehouden te worden? Deze niet onbelangrijke details worden ons onthouden.

Op het politiebureau vroeg de welgestelde zakenman of de inbreker daar bekend was en kreeg te horen dat het om een triest geval ging. De man was een paar keer achter elkaar buiten eigen schuld ontslagen en kon vanwege de crisis onmogelijk werk vinden. Toen ook zijn vriendin haar baan verloor ging hij uit wanhoop op het dievenpad. Daarin bleek hij weinig getalenteerd. Enkele keren opgepakt, weinig buit, paar korte straffen, een keer zelfs van een muur gevallen. Tot nu toe redelijk onschuldig, maar als het zo doorging zouden er onvermijdelijk ongelukken gebeuren.

`          Terug in zijn comfortabele villa dacht de welgestelde zakenman daar nog even over na. De volgende dag belde hij het politiebureau en liet weten dat de inbreker na het uitzitten van zijn strafje bij hem terecht kon voor een baan in het tuinonderhoud bij een van zijn appartementen complexen. Ook was de man welkom voor een goed glas wijn en een nog beter gesprek waarin de welgestelde zakenman hem zou adviseren hoe hij zijn leven weer op de rails kon krijgen. Voor de vriendin had hij een baan als kamermeisje bij een hotel van een relatie in de aanbieding.

De inbreker nam het aanbod aan.

Je vraagt je af wat De Maupassant hiervan gemaakt zou hebben. Waarschijnlijk had hij er een gemene draai aan gegeven. Want ook hij was een welgestelde zakenman. En een verhaal over een positieve held dat niet belachelijk is en ook nog goed afloopt. Dat raak je aan de straatstenen niet kwijt.

 

Openbare werken
april 2015

De coffeeshop ligt aan de rand van de chaos en de tafels bij het raam bieden fraai uitzicht op de omgeving. Daar wordt iets groots verricht, infrastructureel van aard en in een warboel van graafmachines, trams, trucks, auto’s, fietsen en voetgangers. Groot materieel rijdt af en aan. Mannen met helmen en oranje pakken verplaatsen zich als in een traag, mechanisch ballet.

            Prima ballerina is de Surinaamse jongen die het verkeer mag regelen. Hij doet dat met autoriteit en verve, voorzien van een fluitje, een oranje vest met reflectoren en een fluorescerende groene pet. Energiek springt hij heen en weer, ondertussen met weidse gebaren het verkeer uit verschillende richtingen stoppend en weer doorlatend. Hij fluit, wijst, dreigt, zwaait met zijn armen en vertrekt zijn gezicht in angstaanjagende grimassen.

Het verkeer van links dient nu te worden stilgelegd. De jongen blaast snerpend op zijn fluitje, steekt een hand op en stopt zo twee trams, tientallen fietsers en een lange stroom auto’s. Met een tweede handgebaar brengt hij het verkeer vanuit een zijsteeg tot staan. Een meisje op de fiets trekt zich niks van hem aan. Het is een erg leuk meisje, heel blond en je zou denken dat ze het wel koud moet hebben. In volle vaart komt ze recht op de jongen af terwijl ze hem stralend toelacht. Met zijn fluitje in de mond aarzelt hij een moment en maakt dan nog net op tijd, als een stierenvechter, een elegant sprongetje naar achter. Met een hoffelijke buiging en een zwaai van zijn arm verleent hij haar doorgang.

            Ze kijkt nog even om als ze de bocht om scheurt en kan nog maar net een oudere Turkse bouwvaker in een oranje pak ontwijken. Het is een grote man met een indrukwekkende, grijze baard, een eerbiedwaardige figuur die je eerder op de kansel dan in een bouwput zou verwachten. Hij staat half op het fietspad met een bundel ijzeren pijpen onder een arm en probeert met de andere arm het hek van de omheining te sluiten. Om niet van de sokken te worden gereden moet hij zich op onwaardige wijze tegen de hekken aandrukken. Het fietsmeisje maakte een wilde zwaai en wordt zelf net niet aangereden door een auto van de andere kant.

De oude bouwvakker heeft zich van de schrik hersteld en kijkt wantrouwend om zich heen, Zijn ogen schieten heen en weer tussen het meisje op de fiets en de jongen met het fluitje. Hij schudt zijn hoofd, spuugt in het zand en sluit het hek. Dan neemt hij de pijpen onder zijn linkerarm en richt zijn blik strak op de jongen. Die begint onmiddellijk druk te fluiten en wild met zijn armen te zwaaien om het verkeer uit alle mogelijke richtingen tot stilstand te brengen. De oude man knikt en loopt met zijn bundel pijpen rustig naar de overkant. Met zijn rechterhand maakt hij een wegwerpgebaar dat minstens het gehele bekende universum omvat.

 

Adviezen voor de toerist met bestemming Amsterdam
april 2015

 

Overweeg een andere bestemming

Amsterdam heeft een rotklimaat. Het regent bijna altijd. De inwoners zijn slecht gehumeurd en de reinigingsdienst staakt. De hotels zijn duur, de grachten vervuild, de musea overvol, de hoeren frigide en de drugs van bedenkelijke kwaliteit. Ga lekker naar Barcelona of zo.

Voor wie toch zo nodig moet komen:

Respecteer de trams.

Serieus. U hebt geen schijn van kans. Trams zijn heel groot en zwaar, kunnen niet

binnen een paar meter stoppen en hebben altijd voorrang. Confrontaties winnen ze ook altijd. Een domme manier om dood te gaan.

Ga niet met een dronken kop in de gracht staan pissen.

Per jaar verdrinken er gemiddeld 15 mensen in de Amsterdamse grachten. Een flink deel daarvan toeristen. Meestal straalbezopen. Regelmatig worden die drijflijken met open gulp aangetroffen. Trek uw conclusie.

Koop geen drugs op straat.

Het is onnodig, stompzinnig, gevaarlijk en niet fair tegenover de lokale bewoners.

Is er eindelijk een keertje zuivere witte heroďne in de stad, grijpen wij ernaast omdat een of andere randdebiel het voor een schijntje verkoopt aan suďcidale toeristen.

Wees niet zichtbaar joods.

Laat dus uw keppeltje en davidster thuis. Natuurlijk kennen wij vrijheid van religie, maar er zijn grenzen en we willen vooral de moslims niet kwetsen. Dat heeft overigens niets met de islam te maken

Maak geen gebruik van bierfietsen.

Werkelijk. Iedereen zal U haten. En terecht. Het is vulgair, plat, goedkoop, hindert het overige verkeer en is voor de bewoners intussen symbool geworden van alles wat vuig en voos is in deze stad.

Geloof niet alles wat gidsen vertellen

Die gasten lullen soms uit hun nek, ongelooflijk. Vooral degenen die groepen buitenlanders rondleiden op de Wallen fantaseren er maar wat op los. Op deze manier raakt u zeer verkeerd geďnformeerd.

Gebruik zo nu en dan de stoep.

Wees niet beschroomd, ze zijn ervoor gemaakt. En als U belooft om niet zonder kijken iedere keer vlak voor onze wielen de rijweg op te springen, dan zullen wij proberen met de fiets van de stoep te blijven. Deal?

Huur als groep liever geen fietsen.

Het lijkt sympathiek, maar het is bloedlink en behoorlijk hinderlijk. Fietsen in Amsterdam vraagt kennis en vaardigheid. Het is bovendien een individuele bezigheid, geen groepsactiviteit. Met een solo stuntelaar valt nog rekening te houden, met groepen niet. Amsterdam is niet groot, ga lopen

Houd Uw vrijgezellenfeest niet in Amsterdam

Dit onsmakelijke vermaak, immer gepaard aan dronken gebral, gekots, burengerucht, geweld en gesloopte hotelkamers kunnen we missen als kiespijn. Probeer het eens ergens anders. Moskou bijvoorbeeld, of Teheran. Ken je lachen.

Kom niet allemaal tegelijk.

De wereld is groot, Amsterdam is klein. Als iedereen tegelijk komt wordt Amsterdam overvol en de wereld nauwelijks leger. Dat schiet dus niet op. Spreiding is het toverwoord. Spreid Uzelve.

 

Black Pete 
Maart 2015

 

Het wordt vast een mooie zomer want de antiracisten waren vroeg dit jaar. Al in februari kondigden ze met enig tamtam aan een gevierde Amerikaanse regisseur te hebben ingehuurd om hier te lande een documentaire te maken over het fenomeen Black Pete. De werktitel luidt Hollands dirty little secret. En zodra dat onsmakelijke geheimpje eenmaal is onthuld, aldus de filmmaker, liggen minimaal internationale sancties en unanieme veroordeling door de Veiligheidsraad in het verschiet

Omdat ik zelf niet tot de kaste der weldenkenden behoor kon de discussie mij nooit erg boeien. Er is in Nederland altijd wel iemand publiekelijk gekwetst, gediscrimineerd, beledigd en/of verdrietig. Dat sloot een zeker begrip voor beide kanten niet uit. Zo vreemd is het niet dat burgers met een donkerder huidskleur vervelende associaties hebben bij de figuur van de pikzwarte knecht met zijn dikke, rode lippen, kindertaaltje en onderdanige gedrag. Duidelijk een racistische en kwetsende karikatuur die ze liefst zien verdwijnen. En zo gek is het ook niet dat de grote meerderheid van de bevolking het feestje niet wil laten bederven door een kleine minderheid van zeurpieten uit de Randstad.

Mijn ongeďnteresseerde neutraliteit duurde voort tot het moment dat op de televisie beelden verschenen van krijsende negers die tijdens de aankomst van Sinterklaas bange blanke kindertjes belaagden. Types waarvoor je onmogelijk enige sympathie kan koesteren. Om het nog erger te maken buitelden de BNers over elkaar heen om zich maar zo politiek correct mogelijk te profileren. Dat hielp ook niet. Met brulapen en narcistische zwakbegaafden wens ik mij niet te encanailleren. Leve Zwarte Piet.  

Totdat de voorstanders zich meldden. Arische broederschap, skinheads, Volksunie en Opus Dei, gezamenlijk met vlaggen en strijdliederen marcherend door de straten ter ondersteuning van het gesundes volksemphinden. Heil Piet. Ook al geen club waar je bij wil horen.

Sindsdien ben ik weer neutraal. Het onderwerp kan me nog steeds niet boeien, maar van enig begrip voor de partijen is geen sprake meer. Wel van weerzin. Niet tegen standpunten, maar tegen de uitdragers daarvan. Weerzin tegen krijsende en marcherende fanatici van alle gezindten, rassen en nationaliteiten. Want wat ze ook te melden hebben, fanatici hebben altijd ongelijk. .

Intussen dreigt het conflict met de inzet van Amerikaanse huurlingen wel behoorlijk uit de hand te lopen. Voor je het weet vragen de verdedigers van volk en vaderland aan Poetin om militaire en humanitaire hulp. Om verdere escalatie te voorkomen lijkt het mij daarom verstandig de aandacht te vestigen op een aspect dat tot nu toe onderbelicht is gebleven:

Sinterklaas bestaat niet. Het is een denkbeeldige figuur.

Hetzelfde geldt voor Zwarte Piet.

Er is dus sprake van een denkbeeldig probleem.

Denkbeeldige problemen vragen om een denkbeeldige oplossing.

En daarmee komen we automatisch op het terrein van de Patafysica, de wetenschap die zich bezighoudt met denkbeeldige oplossingen voor denkbeeldige problemen. De juiste handelswijze ligt dus voor de hand. Schuif de zaak door naar de Nederlandse Academie voor Patafysica. Dan doen die ook eens iets voor de kost. Dit eerbiedwaardige gezelschap moet in staat worden geacht met een denkbeeldige oplossing te komen die zowel volstrekt belachelijk als volkomen onbevredigend is. Iedereen ontevreden, dan is het altijd goed.

 

Van de straat 
Maart 2015

Twee Marokkaanse jongens, een lange en een korte, lopen door het oude centrum. De lange is geestdriftig gebarend aan het woord. Zijn taalgebruik is eclectisch en voor buitenstaanders lastig te volgen, Nederlands waarschijnlijk, vermengd met Arabisch, Engels en onidentificeerbare jongerentaal. Met een duidelijk ‘Ja toch’ sluit hij zijn betoog af en slaat zijn kameraad daarbij stevig op de schouder.

Die krimpt een beetje in elkaar, denkt even na en zegt dan wat aarzelend, maar goed verstaanbaar,

‘Nou. Ik geloof niet dat ik daarmee eens ben. Een accountant zou volgens mij juist neutraal moeten zijn… ’

Ze worden onderbroken door een magere neger die een bloempot met daarin een uitgebloeide geranium op zijn hoofd balanceert. Hij deelt pamfletten uit om te waarschuwen tegen het Chinese gevaar. Vanuit Peking, weet hij, wordt de NOS volledig gecontroleerd.

‘De oortjes jongens, let maar eens op de oortjes, daarmee krijgen ze hun instructies,’ fluistert hij zonder uit te leggen hoe hij in het bezit van deze hoogst vertrouwelijke informatie is gekomen.

Ze negeren hem, hervatten hun gesprek en slaan druk discussierend de hoek om. Bijna botsen ze tegen twee jonge vrouwen die met hun bakfietsen aan de hand staan te praten.

De jongens verontschuldigen zich beleefd. De vrouwen zijn druk in gesprek.

‘Je begrijpt dat de roes snel voorbij was toe ze binnen kwamen,’ zegt de één.

‘Nogal logisch,’ reageert haar soortgenootje, ‘hoe zou jij reageren?’

Voordat haar vriendin dat uit de doeken kan doen dringt een zwerver in een lange grijze jas zich tamelijk ruw langs de fietsen.

‘Als je poele-poele roept, verwacht je niet dat er een steenarend op je af komt,’ gromt hij tegen de vrouw als ze niet snel genoeg opzij gaat.

Daar heeft ze zo snel geen antwoord op.

Met flapperende baard en jaspanden vervolgt hij mompelend zijn weg. Een blond jongetje dat voor zijn moeder uithuppelt staart de man aan.

‘Meneer, waarom ziet u er zo vreemd uit?’ wil hij weten.

Een wolk schuift voor de zon. Gespannen stilte daalt neer over de steeg. Diverse sportieve types maken zich gereed voor preventieve interventie. De zwerver staat stil, kijkt neer op het jongetje, gaat wat rechter op staan. Angstige afwachting.

‘Tsja jongen, dat komt van teveel alcohol en drugs,’ antwoordt hij dan op vaderlijk toon.

Het jongetje knikt nadenkend. Een nuttige les? De zwerver geeft hem een voorzichtig schouderklopje. De straat haalt opgelucht adem. Een passant uit de andere richting heeft het laatste woord:

‘Ja mensen, zo zie je maar weer. Pinda’s zijn zoveel meer dan alleen maar apenootjes, vinden jullie niet.’

Niemand spreekt hem tegen.

 

 

Stoned in Irak
Maart 2015

Eén van de aardiger aspecten van het gedoe in het midden oosten is dat de berichtgeving gelegenheid biedt geografische en volkenkundige kennis bij te spijkeren. Damascus en Bagdad wist iedereen al wel te liggen, Sunni’s, Shi’íeten en Koerden waren ook eerder langsgekomen, maar Kobani, Raqqa, Al Hassaka of zelfs Erbil bleven tot voor kort volslagen onbekend. Hetzelfde gold voor Assyrieers, Turkmenen, Shabaks en Mandeërs. Ook van Yezidi’s had bijna niemand ooit gehoord. Of toch wel?
    Even googelen. De eerste vijftien bladzijden vertellen inderdaad het bekende verhaal: hulpeloos vluchtende Yezidi’s, vervolgd, onthoofd, verkracht en uitgemoord door de bloeddorstige barbaren van Isis. Bejaarden en baby’s, blootgesteld aan onbarmhartige elementen. Slavenmarkten. Massagraven. De wereld kwam in actie, tenten en dekens werden ingezameld, de paus stak ze hoogstpersoonlijk een hart onder de riem. Het ging hier duidelijk om een stam van beste, brave lieden. Onschuldige schapen in een deel van de wereld waar wolven de dienst uitmaken. Of toch niet?
     Pas op Google pagina zestien wordt dat beeld lichtjes verstoord door het verhaal van Duá Khalil Aswad. Een 17 jarig Yezidi meisje dat een paar jaar geleden de fatale fout maakte verliefd te worden op een Sunni jongen uit een naburig dorp. Het was blijkbaar een leuke jongen want ze wilde zich best wel tot de islam bekeren om met hem te kunnen trouwen. De Sunni’s vonden het best. De Yezidi’s niet. Die kennen een strikt hiërarchische maatschappij en kastenstelsel. Buiten de stam trouwen is verboden. Geweld tegen vrouwen is daarentegen wel toegestaan.
     Het meisje liep van huis weg en kreeg een schuilplaats aangeboden door enkele moslimsjeiks. Na onderhandelingen en de belofte van haar vader dat ze niet gestraft zou worden, besloot ze terug naar huis te gaan. Onderweg viel ze in een hinderlaag van zo’n duizend Yezidi mannen die haar in het openbaar eerst half dood schopten en vervolgens helemaal dood stenigden.
     Er is natuurlijk met de mobiel een filmpje van gemaakt. Stoere baardmannen sleuren het meisje over de keien, gooien stenen tegen haar hoofd, slaan en schoppen in het gezicht en maag. Ze ligt midden op het marktplein te schreeuwen van de pijn, smeekt om hulp en krijgt uiteindelijk een brok beton van minstens tien kilo op haar gezicht. Zo crepeert ze, half naakt liggend op de grond, verpletterd en overdekt met bloed. Te zien is ook nog dat twee gewapende Koerdische agenten niet ingrijpen, maar de menigte aanmoedigen.
     Voor de definitieve begrafenis toonde de treurende vader het verminkte lichaam nog eenmaal aan den volke. Niet om te laten zien hoe wreed het aan stukken was gescheurd. Wel om duidelijk te maken dat er in ieder geval één deel onbeschadigd was: het maagdenverlies. Virgina intacta. Zijn dochter had de familie niet te schande gemaakt.
     Met de islam heeft dit voor de verandering inderdaad niets te maken. Wel is het een treffend voorbeeld van traditionele gebruiken en folklore zoals die ook heden ten dage nog voortleven in het Midden-Oosten.
     Met zulke vrienden en bondgenoten worden die Isis gasten bijna overbodig.